Atacama

 
9 februari 2009

Om 8 uur met de taxi naar het vliegveld van Cusco (10 sol) voor de vlucht naar Lima om 9.25. Het inchecken duurt nogal even omdat de dame de komende drie vluchten wilde doen maar dat in Santiago we de koffers wel nodig hadden.
We zitten lekker op de eerste rij voor de korte vlucht naar Lima maar voor de langere vlucht naar Santiago zitten we niet eens naast elkaar en bah, allebei in het midden. Het vliegtuig is gelukkig niet vol dus door snel handelen komen we zelfs bij de nooduitgang te zitten. Riant!
De Holiday Inn ligt aan de andere kant van het zebrapad van de aankomsthal en we wanen ons in een superdeluxe hotel als we de kamer zien. Wat een verschil met de vorige dagen, bijna decadent!
Geen flesje wijn of biertje te vinden in de winkeltjes van het vliegveld (en geen minibar in de sjieke kamer) dus bij een sandwichbar een koude fles witte wijn gescoord voor onze late borrel (8 uur) op de kamer met de tijd film en foto’s in te lezen en een mailtje naar het thuisfront te sturen. We hebben gratis 1 uur internet per persoon hier. Goede steak beneden in het restaurant gegeten en sinds lange tijd in een lang en breed bed gedoken.

10 februari 2009

Om 6.45 vertrekt onze vlucht naar Calama in het noorden van Chili. Dit is het bedenkelijk stuk voor Bram want hij heeft het rechtstreeks geboekt bij een Chileens agentschap en kreeg een nogal wat vage voucher gemailed… Maar zijn naam staat op het bord van Claudia en met nog 6 Fransen worden we in anderhalf uur naar San Pedro de Atacama gebracht en naar Hostal Iorana Tolache (barakken zoals Bram het noemt…) Ziet er verder verzorgd uit, een mooi uitzicht op de vulkanen en we lopen in 15 minuten naar het centrum(pje).

Veel mensen, klein kerkje en oeverloos veel winkeltjes. Gezien ons waardeloze ontbijt in een zak eten we lekker een steak ham, kaas, ei. We vinden in de lokale Karwei zowaar een Chili-stekker (de aanbevolen stekker vanuit Nederland paste dus niet!) na het aanwijzen van het stopcontact en dan international erbij roepen en meneer zijn tekeningen hoe onze stekker er dan wel niet uitzag… Op een hoek voor een internetshop hebben we zowaar bereik en blijven daar braaf staan om Lars te bellen voor zijn verjaardag. Toch nog gelukt dus!
We lopen terug, het is erg warm en zonder wind. Om 4 uur worden we opgehaald voor de trip naar de Valle de la Luna voor een spectaculaire zonsondergang. Het wordt half 5…
De eerste stop was Death Valley, volgens de gids natuurlijk de belangrijkste en meest indrukwekkende Death Valley ter wereld (helaas zou deze arrogantie blijven duren…). Duidelijk was te zien dat het gesteente zacht was, uit verschillende mineralen-lagen bestond waarvan zout natuurlijk het meest in het oog sprong en het had eigenlijk iets weg van een maquette. Het was dat je ervoor stond maar het leek bijna niet echt. Volgens de gids was het geen lava (weet je hoe lava eruit ziet dan herken je toch het uiterlijk?), neeee, het was alleen maar as dat samen met de regen die hier bijna nooit valt opeens gesteente vormt….het leek of iedereen zijn mond hield…
De gids volhardde in zijn arrogantie en vertelde ons dat we in Chili maar beter niet konden vertellen dat we in Peru waren geweest….pffff. Enfin, Argentinië en Bolivia vond hij ook niets dus tja…
Tocht werd vervolgd naar het natuurreservaat van de Vallei van de Maan; de eerste stop hier was voor een wandeling door een canyon met een grote verscheidenheid aan rotsformaties. De zon werd minder warm en het leek wel of de rotsen daardoor gingen kraken, bij breuklijnen dekten we ons zelfs in dat er een stuk af zou kunnen scheuren, maar dat was puur het gevoel. De groep was nogal langzaam maar dat had het voordeel dat Bram en ik samen eenzaam voorop liepen en je wel een heel bijzondere beleving hebt van zo’n kloof.
Aan het eind van de kloof stond de bus en op naar de 3 maria’s – schijnt benoemd te zijn door een Belgische priester en wordt door de lokale bevolking de 3 wachters genoemd…tja, wij zagen er eigenlijk helemaal niets in maar de gids bleef volhouden dat het een religieuze plaats was. Zijn feestje…
Als eindakkoord de zonsondergang in de Vallei van de Maan. Eerst de duin beklimmen, toch pittig, en dan horen dat je nog een stuk door moet klimmen! Getuige de foto gaat zelfs Bram dicht bij de rand naar de afgrond zitten maar het is niet helemaal aan ons besteed. We zijn vast te verwend na machtige zonsondergangen op tempels in India, in Petra en op de Galapagos. Natuurlijk wist de gids ons achteraf te vertellen dat de weersomstandigheden niet optimaal waren door de wolken uit Bolivia…I rest my case (gelukkig is hij morgen vrij!)
Om half tien terug in het hotel en lekker daar kipfilet/biefstuk en wokgroenten gegeten. Helemaal lekker, helemaal genoeg. Film en foto inlezen, ramen tegenover elkaar open om de woestijnwarmte eruit te blazen ( we hebben wel tv maar geen ventilator…) en een Chileens wijntje vanmiddag bij de lokale slijter gekocht voor 2000 peso onder handbereik. Als alles is opgeladen kunnen we gaan slapen. Morgen weer de hoogte in dus coca bladeren/thee en candy mee!
11 februari 2009

Zowaar om 8.10 opgehaald door een andere bus met een andere groep mensen. Vreemde Fransen uit ons hotel ook weer mee… De gids lijkt een zware nacht te hebben gehad maar klaart in de loop van de ochtend op. Eerste stop is in de buitenwijk van Toconao waar veel fruitbomen staan en (nog wel) een klein stroompje het water aanvoert. Het winnen van mineralen in deze omgeving vergt bijna al het water en men is bang dat er over een jaar of 10 niets meer zal groeien.

Door naar de Salar de Atacama, een gigantische zoutvlakte! Ongelooflijk grillige vormen van het zout gemengd met allerlei mineralen en verschillende soorten vogels aanwezig waaronder 3 soorten flamingo’s die zich totaal aangepast hebben aan het zoute water en daar continue brindy (soort heel klein garnaaltje) slobberen. Deze garnaal wordt met uitsterven bedreigd door de overmatige UV straling. Het is nu dan ook het Los Flamencos National Reserve. Er is een pad van 400 meter door de zoutvlakte aangelegd met onderweg borden met uitleg in het Engels en het Spaans. De gids draagt daarnaast ook nog zijn steentje bij. Indrukwekkend!
Wat verder onderweg zet de chauffeur de motor uit…door het magnetisme van de bergen (of was het dat de goden ons terug naar de berg wilden trekken…) beweegt de bus achteruit de berg op! Niet te verklaren, eigenlijk niet te geloven maar het gebeurde wel! Thuis maar eens opzoeken wat de grote truc is…
In Sorai wordt de lunch geregeld maar we worden eerst gigantisch (en lang!) helemaal door elkaar geschud op weg naar de Lagunas Altiplanicas, waar op een hoogte van 4000 meter twee prachtige bergmeren wachten, de lagunes van Miscante en Miniques respectievelijk aan de voet van de vulkanen Miscante en Miniques. Verschillende kleuren blauw in het water en aan de rand weer de witte omlijsting door zout en mineralen. De vogels zijn beschermd dus je mag er niet te dichtbij komen ook al is het broedseizoen voorbij.
Wederom met de ramen dicht voor het stof terug naar Sorai. Het is nu eigenlijk nog erger dan op de heenweg. De chauffeur zet de blazer aan en zo komt het stof nog steeds naar binnen! Er hangt gewoon een stofwolk in de bus, je voelt het stof aanzetten in je neus en wordt ondertussen ook nog door elkaar gehusseld. Terug in het hotel ben ik er gewoon niet goed van en heb pijn op de borst.
Na de lunch om 3.15!!, in een toch wel heel lokaal restaurant Sta. Barbara in Sorai, worden we ‘gedwongen’ dingen te eten en drinken die we op vakantie altijd laten staan…er is niets anders…hopen dat het vannacht en morgen goed gaat!
Op de kamer alles maar tegen elkaar open om de woestijnhitte te verdrijven (jaja, we hebben wel een televisie maar geen fan!) en ons Gato wijntje erbij. Straks toch nog maar even iets eten hier in het restaurant, alhoewel we zo laat gelunched hebben humhum….

12 februari 2009

Hoe bedoelt men het koelt ’s nachts af in de woestijn? Het wordt een warme, woelende nacht en met het stof van gisteren nog in onze branderige ogen zitten we na het ontbijt in de bus voor onze archeologische dag. Als eerste rijden we naar Pokara Quitor, een oud fort van de lokale bevolking die in 1540 definitief hier door de Spanjaarden werd verslagen en uit het fort werd verbannen waarna het leeg bleef staan. Delen zijn heropgebouwd door de universtiteit en er is verder weinig van bekend. Toch weer een hele klim naar boven in de warmte…we dachten dat we dat ondertussen achter ons hadden gelaten.

Door naar Aldea de Tulor, een dorpje dat goed bewaard is gebleven doordat het volledig vol gelopen is met zand dat door de wind is aangevoerd. Aparte vorm van bouwen en van het hele dorp is nu nog maar 7% te zien. Er ligt een project te wachten om meer uit te graven en het wachten is natuurlijk op de pot met goud hiervoor…
Rond lunchtijd terug naar het hotel en we besluiten eens even helemaal niets te doen, pakken een boek en settelen ons in de schaduw bij het kleine koude zwembad. Maar we storten werkelijk helemaal in ! Lam van de warmte vluchten we naar binnen, eten een heerlijke pasta en houden siësta in de kamer. Er is geen zuchtje wind, jemig wat warm!
Spelletje spelen in het restaurant en wederom prima gegeten. De was is ook klaar en is ‘on the house’ … Vroeg naar bed, wekker staat op 4 uur!
13 februari 2009

Ongeveer half 5 opgehaald voor de lange, donkere en reuze hobbelige rit naar de Tatio Geisers. Daar aangekomen blijkt wel dat je er met zonsopgang moet zijn zodat de stoomwolken zo goed mogelijk uitkomen. Zeer bijzonder als je zoals wij nog nooit geisers hebt gezien. Het verhaal dat ze tot 10 meter hoogte kunnen spuiten lijkt wat overdreven aangezien je er gewoon met je neus boven kan hangen en er in dat geval dus echt wel gewonden zouden vallen… Gids is nogal waardeloos en de rest van de groep Oostenrijkers die heel goed Spaans spreken maar er met een gezicht bij staan van wat doen we hier! Als het ontbijt geserveerd wordt op een tafel bij de geisers stieren ze erop af…

Bij de volgende stop kunnen we zwemmen en alhoewel we dat wel ingepland hadden om de koude ledematen (het was –3) wat op te warmen zien we er van af. Het zou betekenen dat we de camera’s ergens gewoon langs de kant moesten leggen en dat leek ons nou net wat te link met al die mensen.
Op de terugweg maken we verschillende stops met mooie uitzichte, lama’s, vicuna’s en watervogels. In het plaatsje Machuca wordt iedereen aangeraden een empanada lamavlees te eten maar om 10 uur staat onze maag daar niet echt naar dus we lopen naar het kerkje. Het dorpje lijkt verder wel uitgestorven!
Terug in San Pedro worden we een restaurantje ingeschoven waar de lunch inbegrepen is…dat is niet zo moeilijk…3 gangen menu! Jaja, eerst wat rauwkost, dan een volledig fantasieloos stuk vlees met een bal droge rijst … eigenlijk wat alleen de pannekoek met iets ondefinieerbaars ertussen als desert het beste. Om 1 uur werden we met een Zwitsers stel daar opgepikt voor de middaguitstap en transfeer naar het vliegveld.
1 ½ uur tot Chiu Chiu met een van de oudste kerkjes van Chili in een echt woestijnstadje en door naar de ruïnes van Lasana. Weer klimmen maar ook weer een heel ander tafereel zo in een vruchtbare kloof met een riviertje in het midden van de woestijn.
Keurig op tijd zijn we op het vliegveld en kunnen gelijk inchecken voor Paaseiland de volgende dag (ze zegt dat het plaatsen bij de nooduitgang zijn maar dus net niet blijkt de volgende dag….). Koffers gedropt en terug naar het vliegveld voor een overheerlijke hamburger want in dat strakke restaurant van het hotel hadden we even geen zin. En daarna weer dat heeeerlijke bed!