Bahir Dar

 
Dinsdag 14 januari 2014 :

Rustig inpakken en om 3 uur brengt Frank ons naar station Geldermalsen. Half 7 vlucht naar Frankfurt waar we na een korte tussenstop op de nachtvlucht van Ethiopian Airlines naar Addis Ababa stappen. De Dreamliner is een hagelnieuw vliegtuig en lang niet vol zodat we lekker 3 stoelen voor onszelf hebben. De service is prima, van borreltje met snack gevolgd door een goed diner schakelen we door naar een zeer uitgebreid entertainment programma. Maar ja, de vliegtuigstoel blijft niet ontworpen om lekker in te slapen dus (met de klok nog twee uur vooruit) komen we om half 7 's ochtends toch nogal duf aan in Addis Ababa waar Abebe ons buiten opwacht. Eerst even langs Gerard (van Ethiopian Impressions Tours) zijn kantoor om de bestelde medicijnen af te leveren en dan op weg om Addis te verlaten. Zo gauw je buiten het vliegveld komt ruik je de typische Afrika lucht al en even buiten Addis kom je ook meteen in de sfeer.

In één ruk door naar de Portugese Brug waar we (ach het moet tenminste één keer per reis gebeuren...) meteen een oor aangenaaid worden met het ontbijt bij de Germen lodge (Duitse uitbater). Ik kijk de man verbaasd aan als hij na lang hardop uit zijn hoofd te rekenen 210 Birr roept na gehoord te hebben dat een kopje koffie 3 birr kost en een broodje 2 birr. Een literfles water is 10 birr dus met een beetje scrambled egg en een kopje thee/koffie kan dan toch geen 100 birr/pp zijn? Is nog een discussie over lijkt het met Abebe maar tja, gewoon dokken dus. Na het ontbijt rijden we eerst naar de Debre Libanos Monastery en bijbehorend museum want er zijn een paar lawaaierige Ethiopische Amerikanen gearriveerd die eerst naar de brug afzakken.
Debre Libanos is een bedevaartsoord voor de Kopten ten noordwesten van Addis Ababa in de Semien Shewa Zone van de Oromia Regio. Ze zijn trots op hun kerkschatten en kronen die door meerdere keizers zijn geschonken. Een vrij nieuwe kerk met volgens de lokale gids (volgens mij de kaartjesverkoper) uiterst unieke schilderijen waarvan de schilder helaas is overleden. Hij heeft een pestje onder de leden (vraagt ons om medicijn) en raffelt zijn verhaal af met tussentijdse rochels en kuchen. De vrouwen en mannen bidden in gescheiden ruimtes en het podium van keizer Haile Selassie mist zijn stoel (staat in het museum) waardoor het baldekijn waarschijnlijk vindt dat het geen nut meer heeft te zien aan de ‘hangende’ staat. Ik moet van de gids een foto nemen van de kroon bovenop... Het klooster is gesticht in de 13e eeuw door de heilige Tekle Haumanot die in de grot ernaast gedurende 29 jaar mediteerde en die met zijn heilige bron een van de meest heilige plekken van Ethiopië geacht wordt te zijn. In het midden van de kerk staat de tombe van Tekle Haumanot. Geen van de oorspronkelijke gebouwen hebben de tijd overleefd en wat er staat is gebouwd in opdracht van Haile Selassie in 1961. Het museum heeft waarschijnlijk historisch gezien interessante voorwerpen maar het is allemaal een beetje met de Franse slag opgesteld en bij sommige vitrines ligt het glas er gewoon in. “Don't forget local guide” roept de man die het gastenboek bewaakt... 100 birr is normaal had Abebe gezegd maar voor een kwartier rochelen en afraffelen lijkt ons 50 al meer dan genoeg en aan de uitgebreide smile van de man geldt dat ook voor hem.
Terug naar de ontbijtlichters en een kleine wandeling naar beneden naar de Portugese Brug. Het water staat erg laag waardoor de brug niet erg spectaculair overkomt maar hij is nog helemaal intact en wordt door de locale bevolking nog dagelijks gebruikt, wat een stuk afdaling voor ze scheelt.
Abebe vraagt toch maar even een rekening van het ontbijt en vertelt ons dat ze ook wel erg veel taxen moeten betalen aan de overheid voor het uitbaten van horeca...wij blijven erbij dat het toch wel heel ver af ligt van de bedragen die Gerard genoemd heeft... Hoppa weer in de auto want het is nog een heel eind naar Debre Markos waar we vannacht slapen. Eerste kennismaking met Ethiopië vanuit de auto dus maar wel meteen een aardig beeld. Niet de grote zandbak waar in Nederland iedereen het over heeft maar met lange stukken rechte weg door oeverloze tef velden (het hoofdgewas en hoofdbestanddeel van injera, hetgeen hier drie keer per dag gegeten wordt) en dan opeens een bocht waarna het landschap volledig veranderd blijkt. Met stukken groen bos, groene veldjes, heuvels en overal, werkelijk overal vee.
Koeien, geiten, schapen, ezels en een paar kippen en honden struinen over de velden, langs en over de weg en hutjes. Vrouwen lopen te sjouwen en mannen staan in groepjes te leuteren leunend op een stok of vervoeren hun ballast op ezelkarren. Per dorp verschillende kleuren schooluniformen en het herkenbare Afrikaanse beeld : overal mensen zittend of lopend langs de weg wat toch onze A1 zou zijn. Voetgangers hebben hier niet echt voorrang... Grote stukken van de weg zijn net geasfalteerd maar hele lange stoffige stukken is het hobbelen op grind en stenen in een warme auto met de ramen dicht. Ik ga even een uurtje op de achterbank liggen, ben kapot en knap daar aardig van op.

We gaan lunchen in Dejeh waar we (na Abebe uitgelegd hebben dat we niet zo van het fancy zijn en liever bij de lokale tent eten) terecht komen bij Enkenyelesh die gewoon spaghetti heeft...de keuze is met groenten of met tomatensaus. We bestellen van allebei eentje en husselen het lekker door elkaar, biertje erbij (2) en voor 113 birr helemaal klaar! Abebe geeft toe dat het ontbijt toch wel afzetterij was... De 4 grote broodjes die erbij zitten worden met een grote grijns aangepakt door de jongetjes voor het hek die eigenlijk later vinden dat we toch ook nog kauwgum moeten kopen...not. Het laatste stuk naar Markos kunnen we onze ogen werkelijk niet meer openhouden en we zijn dolblij dat we er zijn. Het stadje lokt gelukkig niet echt om nog even rond te lopen dus we drinken een biertje op het terras beneden en stappen zonder eten om 7 uur in bed....moeten niet eens aan eten denken ondanks de duidelijke teleurstelling van de ober. Veel lawaai buiten maar we slapen toch wel!

Woensdag 15 januari 2014 :

Met een korte tussenstop een nacht gemaakt van 12 uur en dat doet een mens deugd. Snel klaar voor het ontbijt want de zekering ligt uit de boiler dus geen beweging daar, het is fris en een koude douche lokt dan niet echt. Leve de natte washandjes meteen de eerste dag!

Schappelijk ontbijt met achterlijk veel brood, zij noemen het toast maar dat gaat alleen over de korst bovenop (of omdat wij oud brood roosteren en dat was het zeker?) en een snotverkouden Abebe staat al klaar. Snel het dorp uit voor een prachtige trip door het gevarieerde landschap met dorpjes die onderling veel van elkaar verschillen.

Sommigen relatief primitief maar zeer opgeruimd en goed georganiseerd. Anderen zijn verder ontwikkeld, niet alleen in de manier van bouwen maar meteen met de gevolgen van anders leven; rommel en afval. De weg is, op enkele kleine stukken na, prima en Abebe gast er met 100 km per uur overheen met hier en daar een stop en gelukkig heeft hij onze vraag onthouden rustig door de dorpjes te rijden. Ten eerste omdat wij vinden dat, zeker met al die kinderen op straat je er niet zo doorheen kan jakkeren en ten tweede zie je dan veel meer en proef je de sfeer en contact met mensen.
Voor de deur wordt getoond wat er binnen te halen is : omgekeerd blikje op een stok = vers gebrouwen bier, flessen (niet met benzine als in Azië) met gin, bamboematten, matten met rode pepers. Lege plastic flessen wordt gespaard of verkocht voor het transporteren van water, benzine, olie en sap. Abebe vertelt dat als kinderen Highland vragen ze om lege flessen vragen (dit was de eerste waterleverancier en de naam is coca-cola-achtig blijven hangen). Een volle fles water die aan het huis hangt is gevuld met heilig water en brengt geluk.
We rijden door de regio waar mannen korte broeken dragen, het houtskool en hout gebied, en die van bamboe en citroenen. Overal wat te zien en overal dragen de vrouwen praktisch altijd wat (gaan gebukt onder zou een betere uitdrukking zijn!) en hebben wellicht daarom bijna allemaal ultra kort haar. Er is hier wel openbaar vervoer maar we zijn blij dat we dat deze reis niet gepland hebben. Er zijn 3 levels (staat ook op de bus welk level het is) waarvan 1 natuurlijk het meest luxueuze is met tv en veel service. We kijken eens naar binnen en stappen graag weer bij Abebe in de auto...
Om half 1 zijn we in Bahir Dar, een grote stad (hoofdplaats van de regio Amharra) die ruim opgezet is met brede boulevards met palmbomen en bloeiende heesters en die modern aandoet.
We rijden naar River Lodge voor een lunch en zitten heerlijk in de wind aan het Tanameer waar we ons tegoed doen aan een lekker Tilapia, Bram in folie en ik gegrild.
Abebe is een kamer voor zichzelf zoeken en neemt gelijk een warme douche...hij voelt zich duidelijk niet lekker dus we rijden nog even langs het Amhara monument en naar een uitzichtpunt over het meer dat helaas wegens wegwerkzaamheden gesloten is.
We voorzien Abebe van Sinutab en checken dan in bij het Tana hotel aan het meer waar we een prima kamer krijgen. Beetje achterstallig onderhoud maar het bed voelt goed, het ziet er redelijk schoon uit en we hebben een hele hor! Bram repareert het toilet en het slot van de deur en we gaan lezen en schrijven op het terras. De plantane eater laat van zich horen! Een grote zwart-witte vogel met lange staart die bladeren eet en de geluiden van een aap maakt. Werkelijk, we beginnen een beetje aan onszelf te twijfelen. Verder wat mooie kleine vogeltjes waar niemand de naam van weet en een prachtig blauw-groene vogel, de blue sterling. Ik eet een wat taaie gegrilde steak en Bram een lekkere mixed grill (waarvan het steakgedeelte trouwens ook wat taai was...'ik begrijp nu wat je bedoelt'). Ongezellig restaurant maar wel heel lief vrouwtje dat ons bedient. Uurtje lezen, muggen vangen en luiken dicht...

Vrijdag 17 januari 2014 :

Lekker geslapen, toch nog maar even een extra kussentje vragen voor vannacht, en op naar het ontbijt. Staat een door een groep Fransen leeggeroofd schamel buffetje en na de thee op tafel gezet te hebben vraagt de ober of we willen tekenen of cash betalen. Lijkt ons dat dit knullige en koude ontbijt wel bij de kamer in zal zitten maar hij vraagt er schaamteloos 7 euro voor, krijgen 5 seconden later nog een deal van hem voor 120 birr (4,80 euro!). Met een 'no way' staan we op en vertrekken. Later lezen we in het gastenboek dat zelfs tour-agenten het schandalig vinden... Abebe is gelukkig wat opgeknapt en zet ons af voor een keak bet waar we twee broodjes kopen en met een flesje water erbij lijkt dat een stuk beter dan het ontbijt in het hotel...morgenochtend maar meteen mee met Abebe voor ontbijt!

We 'stoffen' over een Ethiopische massage-weg naar de Blue Nile waterval. Iedereen is bezig onderweg, sjouwt met oeverloos veel gele jerrycans en zit werkelijk onder het stof. De bussen en vrachtwagens denderen er doorheen en je ziet geen hand voor ogen. Dat mensen zo kunnen leven! Bram vraagt zich af waarom ze hun huis niet wat verder van de weg bouwen, ik zou in ieder geval de voordeur aan de achterkant doen!

We pikken de gids op, steken met een bootje over en met hem lopen we een kleine 10 minuten naar de waterval. In juli en augustus imposant met zijn 400 meter breedte maar nu ongeveer een kwart.
Een heel eind rijden ernaar toe maar de 'bewoners van de weg' maken dat goed... Op de terugweg passeren we weer de vuilnisbelt, paradijs voor gieren! Nog nooit zoveel gieren bij elkaar gezien.
Met Abebe gaat Bram injera proberen in dezelfde Lake Shore Lodge als gisteren. Ik ga veilig voor de al bekende vis in folie maar moet van Abebe absoluut proeven. Hij heeft een fast-food-injera besteld want op woensdag en vrijdag is het vasten geblazen dus geen vlees. Vis mag wel en de Fish Kitto smaakt uitstekend. Op de injera liggen allemaal verschillende hoopjes saus, groenten en aardappel die je oppakt met een stukje afgescheurde injera, een soort volwassen pannenkoek die eruit ziet als een verwassen grijze vaatdoek.
Heel onaangenaam van me om het zo te omschrijven want Bram zit werkelijk te smullen. Hij bestelt zelfs nog eentje bij want het bijgeleverde brood lijkt hem niks met de heerlijkheden voor hem. Ik probeer het met de (aardappel) saus en de echt heerlijke vis maar het is gewoon niet zo mijn ding. Als dit ergens de enige keus is overigens geen probleem! We hebben lekker vroeg geluncht zodat we voor eventuele andere toeristen op de boot zitten op het Tana meer onderweg naar Azua Mariam Monastry. Het Tanameer is het grootste zoetwatermeer meer (3000 km2/ 84 km lang en 66 km breed) van Ethiopië en het hoogstgelegen (1800m) meer van Afrika. Het is gelegen in het noordwesten van het Ethiopische hoogland en is de bron van de Blauwe Nijl. Er varen nogal wat tangkwa's, vervoersbootjes van papyrus, gebouwd in 4 uur waarmee 5-6 uur gevaren kan worden. Dan zijn ze volgezogen met water en worden ze te drogen gelegd om als brandhout te dienen. We zien vissers onmogelijke toeren uithalen vanuit deze kleine bootjes om hun netten op te halen.
Er zit Nijlbaars, Tilapia en Meerval in het Tanameer. De kapitein is op tijd en vaart ons in een dik uur naar het uiteinde van het schiereiland waar de gids ons opwacht. Bet Maryam, kloosterkerk van rond 1300 met schilderijen die op katoen geschilderd zijn.
De fresco's beelden zowel het Oude als het Nieuwe Testament uit en grote delen zijn opnieuw geschilderd. Frappant is dat alle figuren, inclusief Jezus en Maria, met zwarte huid en Afro-kapsel zijn afgebeeld. Iedere Ethiopische kerk heeft drie ruimten, namelijk het voorportaal, het Heilige en het Allerheiligste, afgeleid van de tempel van Salomo.
De ronde kerk heeft 3 concentrische cirkels waarvan de buitenste het voorportaal is en toegankelijk voor alle gelovigen. Mannen mogen alle drie de ingangen gebruiken, vrouwen natuurlijk maar weer eentje... In de tweede cirkel ontvangen gelovigen hun communie, op andere dagen mogen alleen geweide priesters de ruimte betreden. De binnenste cirkel, het Allerheiligste, mag alleen betreden worden door priesters en diaken. Hier wordt immers de tabot (een kopie van De tafelen der wet die rust in de Ark des Verbonds) bewaard. Vraag is hoe lang is in stand blijft... je mag absoluut niet flitsen ter behoud van de fresco's maar duiven hebben vrij toegang en weten regelmatig de afbeeldingen met hun uitwerpselen te 'verfraaien'. Op het programma staat ook nog een bezoek aan Ara Kidane Mereth Monastery maar de kapitein zegt dat dit niet is afgesproken met Abebe. Later blijkt dat Abebe dat bezoek heeft gecanceled omdat hij het niet interessant vond...is dat aan hem om te beslissen en dat zonder overleg?
Terug via de hangplek van nijlpaarden maar die zijn helaas afwezig en keurig afgezet bij het hotel. Warme douche en dagelijkse afsluiting op terras en in het ongezellige restaurant waar we in ieder geval nog pret hebben over het afgesloten caissière hok...