Woestijnkastelen

 
Dinsdag 9 maart 2004 :

Vandaag trekken we in oostelijke richting naar de woestijnkastelen (door ons ook wel zandkastelen genoemd door hun omgeving). Het landschap is totaal anders dan gisteren als we over de troosteloze weg rijden naar de Azraq Oasis, met veel tankwagens uit Irak met ruwe olie als tegenliggers. In Azraq willen we even een cola momentje en dat houden we zeer kort door de unheimische sfeer die in dit doorgangsstadje hangt. De oase zien we in de verte liggen maar er is geen pad naar toe te vinden en het terrein leent zich niet echt voor de banden van onze auto.

De woestijnkastelen zijn gebouwd door de kaliefen van Damascus en zijn goede voorbeelden van de Islamitische architectuur. Het eerste woestijnkasteel is Quasr’Amra, een klein kasteel uit 710 waar een Jordaniër met gouden tanden en gepoetste schoenen ons opwacht, wil gidsen en ook nog met die mevrouw met dikke ogen (nog steeds ook lekker tranend) op de foto wil. ‘Welcome to Jordan, first time?’ Binnen mooie muurschilderingen.
Even verderop ligt het grote en platte Quasr Al Kharâna uit 711. Het kasteel omvat 90 sobere kamers en heeft mooie doorkijkjes en binnenplaatsen. Bram blijft veilig op de trap staan maar vanaf het platte dak kan je oeverloos ver kijken over de Zwarte Woestijn! We zijn net klaar als er twee bussen aankomen…pfff
Onderweg naar Madaba rijden we over een snelweg die in noodgevallen dienstdoet als start- of landingsbaan. Je krijgt bijna de neiging het gaspedaal in te trappen en je stuur naar je toe te trekken om op te stijgen… Bram houdt zich in…
Eenmaal buiten het woestijn gebied veranderd het landschap weer in groen en elke heuvel die je omrijdt geeft een verrassend beeld.
Eerst maar even inchecken in het Black Irish hotel in Madaba waar we bij Salem en Ashna de enige gasten zijn. Op de vraag of we hier vanavond kunnen eten vraagt ze wat we lekker vinden en zegt vervolgens dat ze gewoon zo veel verschillende dingen maakt dat er altijd wel iets voor ons tussen zitten (nogmaals, we zijn de twee enige gasten!) We rijden door naar Mount Nebo, de Neboberg, die ongeveer 817 meter boven de zeespiegel ligt ten zuidwesten van Madaba aan de rand van de Jordaanvallei. Volgens de Bijbel keek Mozes voor hij stierf (120 jaar) hier uit over het Beloofde Land en dit is zowel voor joden, christenen als voor moslims een belangrijke plek.
Het kruis staat symbool voor de woorden in Johannes : ‘En deze Mensenzoon moet omhoog worden geheven zoals Mozes eens de slang omhoog hief in de woestijn.’
Een bestaand gebouw werd in de 4e eeuw omgebouwd tot de Herdenkingskerk van Mozes waarvan de mozaïek vloeren nu zijn gerestaureerd.
Hier boven op de berg is het een oase van rust en we zijn naar goed gebruik weer praktisch alleen.
Terug naar de Black Irish waar Ashna zich ongelooflijk heeft uitgesloofd en werkelijk de hele tafel volzet. Salem wordt weggestuurd om een koud biertje te halen, later voor humus en weer later voor brood. Komt elke keer binnengehold met weer een plastic zakje. We zitten onder de tl-buis in het midden van het restaurant op een pers en het is heerlijk. Ik spiek even in de keuken en die ziet er onberispelijk uit zodat we ons ook geen zorgen hoeven te maken over het ontbijt.