Anuradhapura

 
Zaterdag 4 maart 2017 :

Na een prima nacht en een prima ontbijt staan we om 9 uur paraat. Geen wolk te zien, strakblauw dus smeren! Vandaag staat Anuradhapura, de oude koningsstad als eerste op het programma. Volgens de overlevering is Anuradhapura de oudste stad van het land. Binnen het heilige terrein waar zich een stek bevindt van de heilige bo-boom uit de Indiase stad Bodh Gaya waaronder Boeddha tot verlichting kwam. Daarom mag er binnen de sacred area niet gebousd worden en ligt New Town een stuk verderop aan het meer Nuwara Wewa. Eerst even naar het station om treinkaartjes te kopen naar Ella want Suranga heeft nog niet gereserveerd. Mahesh gooit het programma een beetje om en boekt een ander hotel in de bergen zodat we een mooiere treinrit hebben. Eerste klas is uitverkocht maar volgens Mahesh kan je beter 3e klas reizen omdat daar de ramen open kunnen en je er dus lekker uit kan hangen...we gaan het beleven. Combikaart kopen we bij het Archeologisch Museum dat we maar meteen bezoeken. Bram is vlot buiten want afgezien van de niet heel interessante collectie is het er niet te harden van de warmte.

Daarna door naar de Jetavana dagoba uit de 3e eeuw, uiteraard gerestaureerd met steun van UNESCO. Met een hoogte van 122m de hoogste dagoba van Sri Lanka en dus een markant punt in de omgeving.
De tweelingvijvers, Kuttam Pokuna, dateren van de 8-10 eeuw en bestaan uit twee stenen baden die in elkaars verlengde liggen. Het bovenbad was bestemd voor drinkwater, in het benedenbad konden monniken zich wassen. Daarna liep het water verder onder de vloeren van het paleis om daar verkoeling te brengen.
Via de Boeddha Samadhi in medidatie in zittende houding
gaan we door naar de tweede dagoba, de Abhayagari dagoba, de onverschrokken giri. Hij is in de toestand gelaten zoals hij is uitgegraven, in roodbruine bakstenen en vernoemd naar een jain-monnik die in het gebied woonde.
We bekijken de Elephant Pond, zo genoemd door zijn enorme omvang. Nooit bedoeld voor olifanten maar als watervoorziening voor monniken zodat zij zich konden wassen voordat ze in de refter de maaltijd gingen nuttigen. Er konden 500 monniken zich tegelijk wassen en met de 3000 die er kwamen waren dat dus 6 ronden. Tegelijk eten konden ze allemaal wel, in de refter stond een trog van 19 meter voor de rijst genoeg voor 3000 bedelnappen. De curry trog was ongeveer de helft.
Vlak hierbij dataat de (witte) Thuparamaya-dagoba, de oudste dagoba van Sri Lanka, gebouwd door koning Devanampiya in de 3e eeuw v. Chr. Om er een sleutelbeen van Boeddha te bewaren.
We lopen naar de machtige dagoba Ruwanweli Seya van de 2e eeuw v. Chr. Het terras wordt als het ware gedragen door honderden olifanten. Op de hoeken bevinden zich vier witgrijze dagoba’s die we echter niet meer bereiken...de stenen van het terras zijn al zo heet dat het op je blote voeten bijna hollen is van de ene schaduwplek naar de andere! Met de lunch spreken we een Nederlander die het na de tweede bezichtiging al opgegeven heeft en de blaren onder zijn voeten heeft staan. Misschien volgende keer de badmat meenemen en die elke keer ter redding neerleggen haha…
Het is zaterdag en niet heel veel mensen trekken in het wit naar de heilige plaatsen maar genoeg om een goed beeld te krijgen van hun beleving. Ze zijn allemaal uitermate vriendelijk en lachen je toe.
De Sri Maha Bodhi, de stek van de heilige bo-boom uit India die door de Indiase keizer Ashoka geschonken werd aan de eerste boeddhistische koning Devanampiya Tissa, is één van de meest aanbeden relikwieën van Sri Lanka. De poort met een maansteen en twee wachterstenen geven toegang tot het voorplein met een afstammeling van de heilige bo-boom. Af en toe moeten we wel een beetje lachen om onze eigen Bo die we toch vaak Bo-di-bo noemen...je zou haar bijna heilig verklaren! En die stekjes komen dan in de vorm van pups dit jaar…
Net voor de Sri Maha Bodhi staat het Koperen Paleis, gesloten, de eerste wolkenkrabber van de wereld met 9 verdiepingen uit de 2e eeuw v. Chr. Voor de monniken van het klooster Mahavihara. Elke verdieping had honderd kamers en hoe hoger je rang was hoe hoger je mocht slapen. Onze voeten branden nu al en we hebben echt niet de monnikenafstanden gelopen over de hete tegels. Het is 34 graden en benauwd warm, ondertussen half twee en we gaan een Big foot sandwich eten in ons hotel. Hotel is ondertussen overgenomen door achter elkaar 3 Nederlandse groepen van Kras die het buffet verorberen dus wij trekken ons een lekker een beetje terug aan een tafeltje in de tuin. Uurtje op de kamer tot de ergste hitte voorbij is en onderweg naar Mihintale om 4 uur.
Mihintale ligt op een heuvel, 11 km ten noordoosten van Anaradhapura dus we zijn er zo. Het is één van de belangrijkste bedevaartsplaatsen voor de boedhisten die hun klim beginnen aan de voet van de heuvel naar de Ambasthala-dagoba op een platvorm waar ook een loot van de heilige bo-boom staat.
Vanaf het platform gaat een stenen trap met uitgesleten treden naar de Maha Seya-dagoba en je komt uit bij de plek waar prins Mahinda zijn ontmoeting had met koning Devanampiya Tissa en het boeddhisme 'bracht'.
Links vanaf het platform loop ik nog de rots op naar het grote witte boeddhabeeld maar het begint al te spetten.
De lucht wordt steeds donkerder en rond de rots Arahana Gala waait het steeds harder. Deze vage rotstrappen dreigen spekglad te worden en ik besluit de steile rots niet te beklimmen...had Bram al eerder bedacht! Ik pak mijn cameratas om zodat ook Bram zijn camera er in kan en net op tijd zijn we bij de schoenenbewaarder als er een gigantisch bui losbarst. We staan gedrukt tegen de schoenenrekken maar soort van droog, het komt met bakken de lucht uit en stroomt als één grote waterval van de trappen af. Elke keer denk je dat het lichter wordt en wat minder en dan knalt de lucht weer open...alle zegen komt van boven, nu even de regen! We hebben weliswaar met Mahesh afgesproken op het parkeerterrein halverwege waar alle toeristenbussen beginnen maar in dit weer hou ik mijn cameratas ook met regenhoes niet droog. Dan opeens is daar Mahesh met twee paraplu’s en waden we over de watervaltrap naar beneden, camera’s droog in het midden. Toch weer een aparte ervaring en dolblij met de juiste beslissing niet aan die steile rots begonnen te zijn! Droge kleren aan en lekker gegeten in het hotel, alles is hier halfpension.