Kaudulla NP

 
Vrijdag 10 maart 2017 :

We hebben een relaxte start vandaag want we gaan pas om 11 uur rijden. Dus niks te wekker, gewoon uitslapen. Maar daar is weer de dagelijkse Für Elise uitvoering van de bakker ('s avonds is het van de ijscoboer) en dat gecombineerd met hele lichte gordijnen zorgt voor niet lang uitslapen….ach, toch niet zo aan ons besteed. Dus om half negen liggen we in de Golf van Bengalen; Bram vindt het water een beetje fris pfff, het is heerlijk. De douche bij het zwembad heeft meer waterdruk dan boven in onze riante kamer en daarna is het heerlijk ontbijten op het terras. De minister staat nog steeds rokend te poseren...moet die man niet aan het werk? Ik ga lekker lezen bij het zwembad en voor vertrek nog een duik in zee, Bram vindt het te warm en gaat in de airco liggen lezen. We nemen de A6 naar Harbarana...Mahesh is niet meer te porren voor secundaire wegen en zien onderweg veel voorbeelden van het ingenieus aangelegd irrigatiesysteem. In het jaar 1153 liet koning Parakrama Bahu de Grote 163 stuwdammen, bijna 4000 kanalen en 2500 kunstmatige meren/tanks/wewa's aanleggen om zijn legendarische woorden te ondersteunen : 'In een land als het onze mogen wij geen druppel water ongebruikt naar de oceaan laten stromen'. Het landschap verandert hier geregeld van wat meer heuvelig maar rijstvelden met palmbomen. Vlak na de Tank van Kantale is duidelijk de curd yoghurt. Eén en al kraampjes langs de weg met opgestapelde, lege terracottapotten want het bederfelijke product (wat niet in deze temperatuur?) wordt binnen verkocht. We lopen keurig op schema en om 1 uur eten we een prima sweet & sour kip/pork in het Acme Transit Hotel in Habarama (en ook weer blij dat we hier niet hoeven te slapen, ze staan volgens ons gewoon te wachten op een bus toeristen) Mahesh had gezegd ons eerst naar het hotel te brengen omdat hij dit niet kende (met ons kom je nog eens ergens!) en niet in het donker wilde zoeken. Hij rijdt een hek binnen en wij kijken elkaar aan van 'dit kunnen wij toch niet uitgezocht hebben?'... het blijkt het huis van de safari chauffeur te zijn! Die rijdt ons vervolgens naar de ingang van het Kaudulla NP aangezien in deze tijd van het jaar in het Minneriya NP de olifanten een hogere plek hebben gezocht omdat er bij teveel water te weinig ruimte voor ze overblijft.

Er zijn nog 4 jeeps vol met lawaaierige Nederlanders maar die lijken we uit het oog te verliezen. Langs de inrijroute komen we al snel twee stieren tegen die rustig hun oeverloze kilo’s groen staan weg te kauwen en over de weg verder hobbelen. Eenzaam bestaan voor die mannetjes.

Wat arenden, bee-eaters, waterbuffels en veel koeien (??? luipaarden zullen hier wel niet zitten zegt Bram) maar verder qua fauna niet spectaculair.

Wel een mooi park met grote meren en waterpartijen, spannende paden en open vlakten. We rijden op met een jeep met een jong stel erin maar opeens komen er van alle kanten jeeps aan. We schijnen aan de verkeerde kant van het park te zitten, de kudde olifanten staat net aan de andere kant. Alle jeeps draaien om, het worden er steeds meer en Bram gaat steeds chagrijniger kijken. 'Zeg maar dat hij doorrijdt naar de uitgang, ik ga niet filerijden naar olifanten' ...gelukkig spreken de chauffeur én Mahesh geen Nederlands. Er zijn denk ik 25 jeeps nu die ook nog eens een soort wedstrijdje houden wie er voorop mag en wie achter aan de rij mag aansluiten.

De 38 olifanten, waaronder kleintjes van een maand oud, staan voor ons best een eind weg maar een verrekijker doet wonderen. We rukken langzaam op maar Bram blijft zich storen aan het gewauwel om ons heen en zit met een gezicht als een oorwurm voor zich uit te kijken. Filmen ho maar…

De kudde gaat het water in en de file zet zich in gang. Wij rijden iets vooruit voor een beter, en in ieder geval rustiger beeld, en blijven als een van de weinigen achter. Dan vraagt de chauffeur of we naar de andere kant willen, ja ik wel graag. En dan rijdt hij langs iedere jeep en zet onze jeep met het gat naar het water aan het einde van de rij...1e rang! De olifanten komen uit het water en lopen allemaal langs de jeep! Eén braniemaker loopt zelfs wat te toeteren omdat hij vindt dat we te dicht bij staan. Wat een feest! Heel apart hoe ze het gras uit de grond trekken en er een tijd mee blijven zwaaien...zand eraf kloppen? Bram gaat nu ook voor het grote genieten!

We rijden anders terug dan de rest en ik spot nog een stier, rustig malend aan de waterkant. Daardoor een omweg en langs nog een kudde van 16 olifanten, prachtig plaatje met pelikanen, reigers en ooievaars ervoor. Ernaast staat rustig een kudde koeien te grazen haha.

De zon gaat onder en onze chauffeur heeft nog een paar wilde paadjes voor ons in petto op weg naar de uitgang van het park. Op de heenweg mocht het dak niet open zijn op de openbare weg maar nu maalt het er niet meer om blijkbaar en we scheuren bijna terug naar Harbarana. Hij stopt nog wel een paar keer om olifanten in de berm aan te wijzen en wij bedenken ons dat als ze opeens op de weg stappen wij daar 'los' in de jeep het er niet levend vanaf zullen brengen… Mahesh brengt ons naar Mutu Village waar we in een boomhut zullen slapen. Hij doet er een beetje smalend over en zegt dat we anders in het Acme Transit Hotel kunnen slapen (no way) maar staat met grote ogen rond te kijken in onze 'boomhut'...zeer comfortabel en zeer smaakvol ingericht met een openlucht badkamer en suite...en vooral belangrijk voor Bram...heel laag in de boom!

Bij het diner krijgen we eerst een smakelijke pompoensoep, dan een in kleipotten geserveerde Sri Lankaans buffet en een fruitsalade als 'woestijn' (dessert overgeslagen). Biertje mee naar de hut en lezen/schrijven/plan voor morgen. Een zeer vriendelijk kwispelend hondje waakt over ons…