Polonnawura

 
Zaterdag 11 maart 2017:

Om half negen rijden we riching Polonnawura, de oude hoofdstad van Sri Lanka van grofweg de 9e tot in de 14e eeuw, aan het grootste kunstmatige meer van het eiland...Parakrama Samudra. Koning Parakrama Bahu bracht de stad tot grote bloei met het graven van het meer en bouwen van talloze gebouwen. We kopen kaarten voor de Old Town bij het mooie archeologisch museum waar me meteen een goed overzicht krijgen van hoe het was en is naar de renovatie. Goede maquettes en mooie beelden maken het plaatje compleet. Mahesh besluit dat het veel te warm is om te gaan fietsen, het is net als gisteren 37 graden, en rijdt ons rond over de goede wegen van het uitgestrekte complex. Te beginnen bij de Citadel met het koninklijk paleis Verayanta Pasada (bestond uit zeven verdiepingen, 50 kamers met gouden kozijnen) de autiëntiezaal en het koninklijk bad Kumara Pokuna. In het zuidelijke deel van de oude stad beginnen we bij een kolossaal beeld van een bebaarde man, de Wijze,die waarschijnlijk de grote koning Parakrama Bahu of de leraar Agastaya voorstelt.

Er tegenover in het bos staat een 12e eeuws kloostergebouw dat vroeger als bibliotheek werd gebruikt voor de heilige boeken van het klooster.

We rijden door naar de grootste bezienswaardigheid van de stad, het tempelterras, het Quadrangle, dat vroeger de Tempels van de Tand met hun bijgebouwen bevatte. De mooiste en best bewaarde is de Vatadage, waarvan in het museum een hele goede en duidelijke maquette staat.

Het is een Singalees (rond) beeldenhuis met in het midden op een platform een afgeplatte dagoba, op alle windrichtingen een opening met een boeddhabeeld en versierd met mooie reliëfs van dieren, bloemen en dwergen (de welvaartsmannetjes) en natuurlijk maanstenen tussen fraaie wachtersstenen.

Het koninklijke bad ligt net om de hoek…

De Gal Pota, het stenen boek, van 25 ton is een afbeelding van een ola-boek (ola = palmblad). Het verhaalt over de roemruchte daden en deugden van koning Nissanka Malla en ligt naast de Satmahal Prasada, soort stupa in Thaise/Cambodjaanse stijl.

Door de noordelijke poort verlaten we het complex en komen uit bij de Rankot Vehera, de goudenspitsdagoba van Nissanka Malla met een hoogte van 60 meter. Meer ons type, gewoon van bakstenen en niet oogverblindend wit gestuukt.

De 12-eeuwse tempel Lankaktillaka Vihara imponeert met zijn 17 meter hoge muren met een indrukwekkend evenhoog Boeddhabeeld (weliswaar zonder hoofd). Ernaast ligt ligt de melkdagoba, Kiri Vehera, in het wit te schitteren.

Een laantje langs een waterbekken leidt ons naar Gat Vihara, een prachtige rotstempel met vier enorme Boeddhabeelden uit de rots gehouwen van de 12e eeuw. Het behoorde vroeger toe aan het noordelijk klooster Uttararama. Prachig hoe de lijnen van het gesteente doorlopen in de beelden van de verschillende Boeddha's.

Apen pikken lunchpakketten…

Het water loopt letterlijk en figuurlijk van ons af en Mahesh meldt dat er nog twee monumenten te zien zijn...de lotusvijver

(moet vroeger heel mooi geweest zijn maar hadden we nu wel kunnen overslaan) en de wel mooie Tivanka Vilhara met weer een gigantisch Boeddhabeeld zonder hoofd maar vooral bijzondere 12e eeuwse fresco’s op de muren erom heen. Veel is er niet meer van over en ze hebben er nu uit voorzorg een spuuglelijk dak bovengebouwd...wel efficiënt maar denk beetje te laat. De beelden aan de buitenkant worden uitermate zorgvuldig gerestaureerd. Poserende kinderen en een 'biddende' aap.

De oude stad uitrijdend staan twee vossen heel rustig op de weg te kijken maar zo gauw ze ons in de peiling hebben peren ze de bosjes in, jammer. Laat lunchen doen we bij Ariya Rest House en dan terug naar Mutu Village. Het is ondertussen bijna half vijf en we zijn nog niet lang in onze boomhut als het onweer losbarst. Rivieren op de weg en het valt werkelijk met bakken uit de lucht. Stroom valt uit...meditatiemomentje? Diner begint bij kaarslicht en is verder niet echt spannend te noemen. De eigenaar is een beetje teveel met je bezig en doet erg belangrijk maar een biertje erbij kan niet, is op en hij dacht dat we het zelf zouden meenemen… De stroom komt weer terug en we kunnen zonder zaklamp naar onze boomhut met de verzekering dat de stroom blijft. Hij klapt er nog 5 keer uit…